Altena, Marion - Ontworteling

Deze debuutroman van Marion Altena, met de aanduiding ‘Literaire thriller’, heeft een intrigerende, bijna hypnotiserende, cover en een indrukwekkende omvang. In ruim 400 dichtbedrukte pagina’s neemt de schrijfster ons mee op de volgende reis.

Een bijzonder vluchtige ontmoeting op vliegveld Schiphol luidt het begin in van een romance, die op zijn zachtst gezegd ´merkwaardig´ mag worden genoemd. Rhona, zoals de chatnaam luidt van de vertelster, raakt tot over haar oren verliefd op Aeolus. Aeolus windt er geen doekjes om: hij is vampier. Rhona, die in het werkelijke leven Lente van ’t Zand heet, neemt deze veronderstelling aanvankelijk met een korreltje zout. Toch blijkt dat het Raphaël Bélusier, zoals Aeolus in het echt heet, ernst is. Gaandeweg de roman wordt duidelijk dat een liefde tussen een vampier en een sterfelijke vrouw bepaald niet eenvoudig is. Zo is er het reële en voortdurend op de loer liggende gevaar dat Lente door haar geliefde wordt vermoord, bijvoorbeeld wanneer hij opgewonden raakt of een druppel van haar bloed oplikt. Daarnaast waakt de gemeenschap van vampiers over hun eigen beslotenheid en veiligheid. Een sterfelijke indringster in hun midden zou verraad kunnen plegen. Kortom, Lente en Raphaël moeten de nodige obstakels slechten. Het boek is dan ook een aaneenschakeling van elkaar afstoten en weer tot elkaar komen. Maar als de liefde sterk genoeg is, overwint die alles.

Eigenlijk is dat, in een notendop, het verhaal. Natuurlijk bewandelt de verhaallijn diverse zijpaden en duistere steegjes, maar in de kern is het hiermee wel gezegd. Een dun, nagenoeg plotloos, verhaal. Maar ook een dun verhaal kan een prachtig boek opleveren. Veel hangt dan af van de stijl waarin het is geschreven en de mogelijke symboliek of filosofische diepte die de schrijver erin legt. Wat de symboliek en filosofie betreft heeft Altena mij niet overtuigd, en wat de stijl betreft heb ik mij ronduit geërgerd.

Om met haar stijl te beginnen. Altena’s zinnen zijn verschrikkelijk omslachtig, haar woordkeus is stereotype wat haar algehele taalgebruik stoffig en saai maakt. Daarbij slingert haar taal van achteloos spreken naar vormelijk en officieel. Vrijwel nergens vond ik een sprankelende metafoor, een originele gedachte of een verfrissende term. Het boek bevat teveel woorden die in mijn beleving aantonen dat deze schrijfster haar eigen stijl nog niet heeft gevonden. Zo hanteert ze een overdaad aan hulpwerkwoorden: “De sneeuw was opnieuw gaan vallen” of “(…) dat was alle aanleiding geweest die ze nodig leek te hebben om dikke vriendinnen met mij te worden.”
 
Te pas en te onpas struikelde ik over het woord ‘echter’, een van de meest zinledige woorden in onze taal. In mijn leesbeleving poogt wie dit woord veelvuldig gebruikt taalvaardig over te komen, de tekst een welhaast linguïstisch doorwrochte air te verlenen. Helaas sorteert het precies het tegenovergestelde effect, namelijk dat van onvermogen. Datzelfde geldt voor woorden als ‘blijkbaar’, ‘klaarblijkelijk’ en ‘schijnbaar’. Woorden en constructies als ‘dus’, ‘een soort van’, ‘op de ene (SIC) of andere manier’, ‘op een gegeven moment’ en ‘best wel’ komen ook veelvuldig voor in deze literaire thriller. Deze woorden typeer ik als ‘gemakzuchtig’. De schrijver neemt in mijn optiek te snel genoegen met een ledige formulering. De zin "ik voelde me een soort van anders" ontslaat de schrijver er niet van na te denken hoe anders de ‘ik’ zich nu eigenlijk voelt. Dergelijke luiheid kan één of twee keer aan de aandacht van de schrijver of redacteur ontsnappen, maar de frequentie waarmee Altena zich hiervan bedient valt met geen enkele mantel der liefde te bedekken.

Er staan teveel slordigheden in het boek in de trend van ‘het kussen van mijn bed’, ‘de ervaring van een gigantische aha-erlebnis’, 'in 's vredesnaam' of een ‘ondenkbare gedachte’. Evenmin kunnen omschrijvingen als: iemand gaat ‘radicaal onderuit’, iemand is ‘gierend labiel’ of iemand voelt zich ‘zwaar aangesproken’ mij bekoren. Te vaak stoot ik mij aan draken van zinnen, waarvan ik er hier maar enkele zal citeren. “Het gezicht van Aeolus vertoonde aha belevenisachtige trekken.” Over kaarsen staat er: “Nog maar vier van de zeven waren brandende…” Vluchten in het werk omschrijft de auteur als: “Zo hard en voortdurend mogelijk bezig zijn.” De talloze lange, moeizame en tenenkrommende zinsconstructies zal ik hier maar niet herhalen.

Het zijn deze slordigheden en stilistische zwakheden die mijn aandacht als lezer opeisen. In plaats van dat haar stijl het verhaal verrijkt, maakt het het eerder ongeloofwaardig. Het valt mij daardoor des te sterker op dat de stemmingswisselingen van de personages onrealistisch abrupt verlopen en dat sommige reacties buitenproportioneel zijn. Het optreden van een van de personages, Lucas, die de gelieven behoorlijk voor de voeten loopt, krijgt aan het slot een verklaring die kant noch wal raakt.

Hoewel ik hier geen blad voor de mond neem, spijt het me oprecht dat ik mijn ongenoegen over deze leeservaring zo breed moet uitmeten. Want tussen de grijze taaldrab van Altena komt hier en daar ook een mooie bloem tot bloei. Al had de schrijfster veel meer kunnen doen met het thema onsterfelijkheid, voor enkele betekenisvolle momenten hieromtrent wil ik haar complimenteren. Tijdens een van hun chats schrijft Aeolus: “(…)de eeuwigheid biedt geen enkel perspectief. Het is eerder een ondraaglijke bedreiging van je ‘levensvreugde’. De dood daarentegen, dat is verandering. De dood maakt, mijns inziens, het leven de moeite waard.” En verderop: “(…) het afwezig zijn van de dood, voelt als een wachtkamer waar van je weet dat je er nooit meer uitkomt.” 

Een ander geslaagd moment in het boek, treedt op wanneer Raphaël vertegenwoordigers van de vampiergemeenschap toespreekt. Zij maken zich grote zorgen om zijn relatie met Lente. “U ziet de storm. Niet het glas water.” Ook wanneer Raphaël tegen het einde van het boek zijn arm om Lente heen slaat laat Altena zien dat ze echt wel kan schrijven: het leek alsof “hij een deken van vrede om me heen sloeg”.

Helaas, deze oogst is veel te mager om mij blij te maken.

Gelezen: december 2011
Waardering: 5/10

Boeken algemeen