Peart, Neil - Ghost Rider. Travels on the Healing Road

Het overkomt mij zelden meer dat ik slechte boeken lees. Dat komt omdat ik met het klimmen der jaren steeds beter mijn eigen smaak ken. Af en toe waag ik mij toch op onbekend terrein, zoals in het geval van dit boek van Neil Peart. Hem kende ik niet als schrijver maar als de drummer van Rush, een Canadese progressieve rockband. In het verleden was ik een groot liefhebber van hun muziek met albums als Hemispheres, Permanent Waves en Moving Pictures, maar na een stuk of vijf albums viel Signals (1992) mij een beetje tegen en na hun album in 1984 (Grace under Pressure) haakte ik af. 

 

Een paar jaar geleden verscheen hun twintigste studioalbum, Clockwork Angels, en ik dacht, ‘Kom, laat ik eens kijken waar mijn oude helden in muziekland verzeild zijn geraakt.’ Door deze hernieuwde interesse bekeek ik op internet wat er in de tussentijd allemaal was gebeurd met de band en stuitte op een persoonlijk drama in het leven van de drummer, Neil Peart. Dit had hem zodanig teruggeworpen dat hij een sabbatical van enkele jaren heeft moeten nemen van de band. Over dat drama zal ik verderop uitvoerig ingaan. 

 

Ik ontdekte dat Peart over zijn ervaringen in deze periode een boek had geschreven, wat gelukkig nog verkrijgbaar is. Zijn songteksten waren altijd heel erg sterk, poëtisch, literair en filosofisch, dus ik durfde de gok wel te nemen. Iets wat helemaal verkeerd kon uitpakken. Gelukkig bleek het een gouden greep. Vanwege mijn immer groeiende stapel te lezen boeken lag het boek hier sinds afgelopen oktober op mij te wachten, maar het lonkte wel steeds. Vanaf het moment dat ik erin ben begonnen, eind februari, heb ik er ongeveer anderhalve week in ‘geleefd’. Tijdens de uren dat ik er niet in las, was de sfeer en de intensiteit van de woorden van Peart bij mij. Kortom, ik kan weer een onvervalste leesparel aan de lijst toevoegen.

 

Meestal beperk ik mij in mijn leeservaringen tot een ‘vluchtige’ samenvatting van het boek. Dat doe ik ook nu, al zou je dat niet denken als je de lengte van deze leeservaring beziet. Veel heb ik onvermeld gelaten, maar toch heb ik getracht een beeld te schetsen van het geheel, in een poging de lezer van deze ervaring iets mee te geven van de ‘langdurige reis’ door de heftige emoties van de schrijver. De diepte en de intensiteit van zijn ervaringen krijgen daardoor – door er iets uitvoeriger dan doorgaans bij stil te staan – oneindig veel meer contrast en rijkdom. 

 

Het drama

Op de ochtend van 10 augustus 1997 – ruim een maand nadat hij met de band een langdurige wereldtournee (Test for Echo) had afgerond – namen Neil en zijn vrouw Jackie Taylor met 'hugs & kisses' afscheid van hun dochter Selena. Zij zou naar Toronto rijden om zich voor te bereiden op haar studiejaar.

Neil en Jackie waren al behoorlijk ongerust op het uitblijven van het gebruikelijke telefoontje dat ze goed was aangekomen, toen er laat in de avond een politieauto de oprit van huize Peart opreed. Enkele agenten brachten het stel het nieuws dat hun dochter Selena – negentien jaar oud – een fataal auto-ongeluk had gehad. 

“Single car accident, apparently lost control, dead at the scene.” 

Peart herinnert zich dat hij in zijn onrust om het uitblijven van het telefoontje van Selena, ‘blithely’ een tv-documentaire had gekeken over de trek van de Mormonen naar het westen in 1847. Een vrouw die de barre tocht had overleefd, zei: 

"‘The only reason I am alive is because I could not die.’ That terrible phrase would come back to haunt me the months that followed.”

 

Al snel werd duidelijk dat de wereld van Jackie onherstelbaar aan gruzelementen lag. 

“She had fallen to pieces, and she never came back together again. (…) If she couldn’t have Selena, she no longer wanted anything – she wanted to die.” 

Het gebroken echtpaar vluchtte enkele weken na het vernietigende nieuws naar Londen, met vrienden. Vanzelfsprekend werd ook Neil opgevreten door verdriet 

“but it seemed I was already building a wall against things which were too painful for me to deal with (…) but Jackie remained raw and vulnerable, unable to protect herself from the horror of memory. (…) it was like witnessing a suicide brought on by total apathy. She just didn’t care.”

 

Toen ze in januari van 1998 plannen maakten om weer terug te keren naar Canada, kreeg Jackie gezondheidsklachten. Ze bleek kanker te hebben en werd direct door de doctoren opgegeven. 

“The doctors called it cancer, but of course it was a broken heart. A second nightmare began. (…) Jackie received the news almost gratefully (…). To her the illness was a terrible kind of justice. To me, however, it was simply terrible. And unbearable.”

Als zij dan uiteindelijk is overleden 

“a series of strokes brought a relatively merciful end”, 

blijft Neil over, geslagen.

“I didn’t really have a reason to carry on; I had no interest in life, work, or the world beyond.” 

Toch was er een aangeboren drang tot overleven, of eerder een onvermogen om te sterven, zoals die mormoonse vrouw. Neil bivakkeert enkele maanden na het overlijden van zijn vrouw in zijn buitenhuis aan een meer ten noorden van Montreal. De andere leden van de band Rush had hij al op de dag van Selena’s begrafenis vertelt: ‘consider me retired’. 

 

‘My little baby soul’

Hij besluit met de motor te gaan rijden, zonder duidelijk doel. 

“I didn’t know where to or for how long, but I knew I had to go. My life depended on it.” 

Op 20 augustus, een jaar en tien dagen na het overlijden van zijn enige dochter, rijdt hij weg op zijn BMW1100GS. Gewoon, rijden: 

“Just kept moving, afraid to stop for too long, afraid to give myself time to think. (…)” 

Zijn eerste nogal vage doel is het meeste noordelijke bewoonde stukje van Canada: Inuvik. Het enige dat hij aan voorbereiding heeft getroffen is een reservering op de ferry van Haines (Alaska) naar Prince Rupert (British Colombia) op 7 september. Prima als hij dat haalt, haalt hij dat niet is het ook goed. Het doel is niet om ergens aan te komen, maar de taak die hij zichzelf heeft gesteld is ‘to nurture’ wat hij ‘my little baby soul’ noemt ‘as well as I could’. 

“Earlier that summer, contemplating the wreckage of my life, I had determined that my mission now was to protect a certain essence inside me, a sputtering life force, a meagre spirit, as though I held my cupped hand around a guttering candle.” 

De hele gedachte is dat de tijd als heler zijn werk moet kunnen doen. Maar daartoe moet de tijd wel voortgaan en dan het liefst zo pijnloos mogelijk, 

“try to minimize the self-destructive urges, and stay away from the house on the lake for a while. Let time pass. Take my little baby soul for a ride.” 

 

Tijdens zijn meanderende reizen op wat hij ‘The Healing Road’ noemt, volgde ik Peart, anno 2015 dan weliswaar, via Google Earth op mijn iPad. Hij kwam regelmatig door gebieden die ik ken van eigen reizen. De 460 dicht beschreven pagina’s zijn grotendeels gevuld met beschrijvingen van de landschappen en nederzettingen die Peart aan zich ziet voorbijtrekken met hun geschiedenis; ontmoetingen met mensen, al probeert hij die zoveel mogelijk te vermijden; herinneringen aan vorige motortochten met zijn maatje Brutus, terwijl hij op tournee was met Rush; onderhoudsbeurten aan zijn motor; weerberichten; de vele hotels en de maaltijden; de diverse snelheidsboetes die hij uitgereikt krijgt; de boeken die hij leest, vaak in combinatie met schrijversbiografieën die gelinkt zijn aan het gebied waar hij doorheen rijdt; maar vooral de gestage ontwikkeling van zijn ‘little baby soul’.

Nergens is het boek zeurderig, zelfmedelijdend of naargeestig. Peart schrikt er niet voor terug zijn huilbuien en melancholie te beschrijven, maar die voeren niet de boventoon. De boventoon wordt bepaald door het doorstaan van de tijd op weg naar de uitgang van deze mentale hel. Ook heeft de schrijver nergens de pretentie dat hij antwoorden heeft. 

 

Naar Inuvik en Alaska

Dit lijvige boek verdient eigenlijk een nog veel uitvoeriger leeservaring, maar ik beperk mij tot enkele passages die mij hebben geraakt. Zo denkt de schrijver terug aan de vele mensen die hem en Jackie hebben geholpen na het overlijden van Selena, en hem alleen na het overlijden van Jackie. Dat kostte hem aanvankelijk moeite om die hulp te aanvaarden. 

“John Steinbeck once wrote that sometimes the nicest thing you can do for someone is to allow them to do something for you, and I learned the truth of that insight too. For perhaps the first time in my life I surrendered my independence and my proud self-sufficiency, and once I had opened that window to the warm breeze of compassion, my world-view was utterly transformed. I fell into their open arms. (…) I used to think, ‘Life is great, but people suck,’ but now I’ve had to learn the opposite, ‘Life sucks, but people are great’. 

 

Een andere passage illustreert mijns inziens het absoluut onnavoelbare van de emoties voor iemand die niet zelf vergelijkbaar diep verdriet heeft ervaren: 

“Without knowing it, I had identified a subtle but important part of the healing process. There would be no peace for me, no life for me, until I learned to forgive life for what it had done to me, forgive others for still being alive, and eventually, forgive myself for being alive.”

Dit, de streek die het leven Peart heeft geleverd, keert op diverse plaatsen terug in het boek. In een van de mooiste brieven uit het boek, aan de broer van Jackie, Stephen, omschrijft hij die streek als verraad. 

“Everything that we were, everything we based our lives upon, everything that we believed is gone. (…) I concluded that I had been betrayed, by Life itself.”

Maar het terugvinden van een vorm van leven is niet eenvoudig, omdat al het voorgaande aan geloof en levensdoel is verdwenen.

“We will never trust Life again.”

 

Peart bereikt met de nodige moeite, over een modderige dirt road, de kleine nederzetting Inuvik in het uiterste noordwesten van Canada, waar de wegen ophouden. Het weer is bar en de weg is slecht begaanbaar. Als hij de volgende dag de weg richting het westen, naar Alaska, wil nemen, regent het stevig. Als de regen zou doorzetten, zou hij misschien ergens stranden, wat hem angstig maakt. Niet zozeer vanwege een lekke band, of dat hij zou vallen, al vreest hij dat uiteraard ook. 

“Much more dangerous to me was the idea of being stuck somewhere, with too much time to think and the feeling of being trapped.”

 

De Ghost Rider haalt uiteindelijk de ferry naar Prince Rupert (waar ik de afgelopen zomer ook was). Vandaar reist hij door naar Vancouver, waar hij zijn broer Danny en diens vrouw Janette bezoekt. In de laatste weken van haar leven bepaalde Jackie, samen met haar zuster Deb, wie wat van haar juwelen zou krijgen. De paarlen ketting die zij ooit van Neil kreeg, moest naar Janette gaan. 

“So I had been carrying those pearls, carefully wrapped, on a delivery mission which now spanned 13.000 kilometres and almost three weeks.”

 

Bekend terrein

Hij reist door British Colombia en Alberta verder naar het zuiden, door Utah en California langs steden en wegen die ik ken. Ook ontdekt hij dat wandelen eenzelfde soort van ‘vlucht’ oplevert als het motorrijden. Hij maakt af en toe lange wandelingen en als hij nog in Canada door ‘bear country’ gaat, volgt hij het advies op van ervaren wandelaars daar, om zoveel mogelijk geluid te maken tijdens zijn wandeling, opdat eventueel aanwezige beren niet schrikken van zijn plotse aanwezigheid. Dus zingt hij veel – ervan overtuigd dat geen enkele beer dat kan verdragen – en voert hij gesprekken met zichzelf terwijl hij wandelt. In zijn dagboek schrijft hij daarover: 

“Definitely scary to know they’re all around, and unpredictable, and wanting my ham and cheese sandwich!” 

Dit gevoel ken ik heel goed. Wij kochten daarom zogeheten bear-spray. Een grote bus pepper spray met flink wat kracht erachter, die een laatste redmiddel was wanneer een beer je onverhoopt toch aanzag voor een lekker hapje. Gelukkig hebben we het niet hoeven gebruiken. Maar de spanning tijdens de wandeling, voegde zonder meer een extra dimensie toe aan de algehele ervaring. Heerlijk waren ook Pearts beschrijvingen van diverse Amerikaanse National Parks zoals Arches of Bryce. Alsof ik er zelf weer liep.

 

In een brief aan een vriend schrijft Peart dat sommige mensen – voornamelijk vreemdelingen die hem in zijn ogenschijnlijke hoedanigheid als vrijgevochten motorrijder ontmoetten – zeiden dat ze hem benijdden om zijn vrijheid. 

“This is way more freedom than anyone should ever desire, and carries way more baggage than ‘freedom’ can ever sustain. This is more like ‘desperate flight’, and another name I have for myself is ‘The Ghost Rider’. I am a ghost, I carry a few ghosts with me, and I’m riding through a world that isn’t quite real. But I’m okay as long as I keep moving.”

Af en toe bezoekt hij vrienden of familie. Dat ervaart hij keer op keer als een warm bad, maar deze bezoekjes hebben ook een keerzijde: 

“Inevitably, I would have to pay for this interlude by suffering yet another attack of the ‘visitor syndrome’”. 

Hij is dan weer alleen, overgeleverd aan de gevaren van de stilte en het denken.

 

Brieven aan Brutus

Peart had met zijn motormaatje, Brutus, afgesproken om ongeveer vanaf de grens van Mexico een stuk samen op te rijden. Maar Brutus – die zich af en toe inliet met nogal schimmige zaken – is met een partij hasj tegen de lamp gelopen, en moet de gevangenis in. Daardoor valt hun plannetje in het water, maar 

“more and more I began to see the journey through the eyes of Brutus. (…) On the phone Brutus had said something like, ‘You just get out there and ride for me’, and I told him I would. (…) My whole life (from then on) became a letter to Brutus.”

 

Op 25 november – hij is dan al in Mexico – schrijft hij het volgende in zijn dagboek: 

“Thinking today as I rode that my survival remains an act of pure will. Holding myself together like a soldier wounded in battle, and feel that I could collapse from within at any time. No peace anywhere, no redemption imaginable. Just sense of waiting, killing time. Waiting for what? For time to pass, I guess. Can there be healing? Don’t think so. Only strive to minimize scars. Not get too twisted, too crippled inside.”

 

Thuis

Hij houdt het vol op de motor tot na Kerstmis. Hij is dan vier maanden en één week onderweg, waarin hij 46.239 kilometer heeft afgelegd. 

“Had I changed? Had I ‘healed’ at all?” 

Het enige dat hij zeker weet is dat hij naar zijn huis aan het meer boven Montreal wil. Vanuit Belize rijdt hij naar Mexico City waar hij zijn BMW stalt en het vliegtuig pakt naar huis. Met een merkwaardige vorm van leedvermaak lacht hij om zichzelf als hij het huis naar zijn eigen smaak inricht. Zo zet hij zijn Ducati 916 in de huiskamer – iets wat Jackie nooit goed zou hebben gevonden. Zijn broer Danny schrijft hem dat Neil ‘farther along in the grieving proces is’ dan hijzelf. Dit steekt Peart aanvankelijk, maar 

“then I realized that, in a way, it was true. To a degree (which varied every day), I had grown used to the idea of being alone, and part of me had simply accepted that this was how it was going to be now. (…) I realized that I had been a full-time, professional griever for a year and four months by then.”

 

Hij nodigt iedere twee weken enkele vrienden uit om langs te komen in zijn huis aan het meer. Verder besluit hij het schrijven, dat hij onderweg zo trouw had gedaan, vol te houden. Ook gaat hij dagelijks naar buiten, voor een lange wandeling op zijn sneeuwschoenen, of crosscountry skiën. In een brief aan Brutus schrijft hij dat hij volgens alle verdrietboeken die hij las, toen hij samen met Jackie in Londen was, nu ongeveer in de fase van ‘acceptatie’ moet zitten. 

“Acceptance seems to be where I’m at now, for when I first came into this house and looked around at the photos of Jackie and Selena, the words that came into my head were, ‘I know’. That’s all. Not that I can really ‘accept it’, or necessarily live with it, but at least, ‘I know’.”

Later in een andere brief somt hij de statistieken van zijn tocht op:

“after 46.000 kilometres, four countries, six provinces, two territories, 11 American and 17 Mexican states, maybe it took all that just to say: ‘I know’.”

 

Tijdens de maanden in zijn ‘lake house’ dringt het langzaam tot hem door, dat de ‘healing road’ nog lang niet genoeg ‘healing’ heeft gebracht. 

“Another important process (…) during this journey was that of reconstructing myself. I expect that job will continue for a while. Needless to say, my foundation has been shaken so profoundly that even now I have no idea about such rudimentary notions as ‘who am I?’ and ‘what is life?’” 

En aan iemand anders: 

“So far it’s been working okay, but I’m not out of the woods yet, not by a long way.”

 

The walking wounded

Een werkelijk schitterende brief schrijft hij op 26 januari 1999 aan Stephen, de broer van Jackie. In deze lange brief heb ik heel veel onderstreept. Hij omschrijft mensen als hij zelf en Stephen als ‘the walking wounded’. 

“My life and ‘self’ were reduced to absolute zero, and even now I think of my previous self as ‘that other guy’, and feel we share nothing but the same set of memories.” 

Peart had in het verleden een instructievideo gemaakt voor drummers. Die had hij onlangs teruggezien. 

“It was like the guy talking and playing on the screen wasn’t me. (…) If there is any point in carrying on, it is not in simply existing, in cluttering up the world with another bitter and nasty old man, or a joyless hermit, or a suffering martyr forever living in the past, and punishing everyone else for what life has done to me.” 

En nog eens over acceptatie: 

“I don’t like the feel of the word ‘Acceptance’ (…) I found on my return from the Healing Road that after all that time and distance, I had at least transcended ‘Denial’. But to me, knowing that these things are true doesn’t mean I accept that truth. Far from it. As far as I can see, I will never accept that life is supposed to turn out this way. (…) Some well-meaning people have tried to offer me what they perceive to be a ‘comforting’ thought of the ‘everything must happen for a reason’ kind, but I shut them up right away (as politely as I can). Somehow they don’t see that it’s absolutely no consolation to look at it that way, and more, it brings up some terrible questions in your head: ‘There’s some kind of reason? What? They deserved to die? I deserved to lose them? The world didn’t need people like Jackie and Selena?’ Bullshit.”

 

In een andere brief gaat hij in op de vraag welk mysterie hem heeft voortgedreven de afgelopen maanden: 

“The answer is, I don’t know. Not yet, anyway. I’ve been so busy figuring out how to survive that I’ve given no thought to the why, and right now I don’t have the brain-power, of perhaps the need, to go there. (…) The trouble with thinking about why I chose to live, is that I can’t avoid thinking about why Jackie chose to die.”

 

Weer op pad

Tot eind april houdt Peart het uit in het huis aan het meer. Maar dan moet zijn ‘little baby soul’ weer op weg. Op 21 april 1999 vliegt hij naar Mexico City, om zijn trouwe tweewieler van stal te halen en weer de weg op te gaan. In Los Angeles ontmoet hij een vrouw die een snaar bij hem raakt, voor het eerst. 

“Unable to deal with that confusing upwelling of feelings I was not ready to face, or even acknowledge, feelings I had thought were dead (maybe forever), I decided to get away from there for a while, try to think this through ‘like a sensible person’.” 

Uiteindelijk besluit hij toch af te spreken met deze vrouw, Gabrielle, al is hij nog steeds heel erg in de war. Deze ‘flirt’ loopt uit op niets, maar 

“It’s certainly sparked up my life, just thinking about her”.

 

Drummen

De zomer brengt Peart – na ongeveer 15.000 kilometer te hebben toegevoegd op de teller van zijn motor – weer door op zijn huis aan het meer. Een levensdoel, laat staan zin in het leven, is nog niet teruggekeerd. Hij ontdekt dat zwemmen als een nieuwe activiteit helpt het verstand op nul te houden. Maar de dagen vallen hem zwaar. 

“It was obviously time for radical action, desperate measures, and I had one last refuge to explore – drumming.” 

Om geen druk bij zichzelf te leggen, of om iemand van de band enige valse hoop te geven, boekt Peart in het geheim een studio. 

“I hadn’t played for almost two years, since the last show of the Test for Echo tour, but after playing the instrument for more than 30 years, the physical technique came back readily.” 

Hij voelt dat hij met het drummen ‘zijn verhaal’ kan vertellen. 

“I can still communicate through the instrument.”

 

Weer ‘on the road’

Op 29 augustus 1999 vertrekt hij weer, op een van zijn andere motoren (BMW K1200RS). Dit keer voert zijn voorband hem oostwaarts naar Newfoundland en daalt hij uiteindelijk af naar New York. Een vriend van hem, Andrew, wil hem koppelen aan een vrouw, die graag met hem in contact wil komen, Carrie. Hoewel zij een erg mooie vrouw is, is Peart – met de vieze nasmaak van zijn avontuur met Gabriella nog in de mond – op dat moment niet geïnteresseerd in een dergelijke ontdekkingstocht. Na ongeveer 12.000 kilometer op de K, wisselt hij bij het huis aan het meer van motor, en vlucht hij verder op zijn GS. Hij gaat de kustlijn van West Amerika rijden. 

“Traveling was obviously still the best thing for me, and I had decided I would try to stay out until Christmas again.” 

Op deze reis voelt hij dat de dingen hem meer beginnen te interesseren. Het idee om van zijn ‘avonturen’ als Ghost Rider een serieus boek te schrijven, vat post in zijn hoofd en laat niet meer los. Tijdens zijn reizen heeft hij toch ingestemd met Andrew om Carrie te ontmoeten. 

 

Reddende engel

De epiloog van het boek begint aldus:

“In less than a day I was in Los Angeles; in less than a week Andrew introduced me to Carrie, my real angel of redemption; in less than a month we were deeply in love, and in less than a year we were married in a fairy-tale wedding near Santa Barbara. (…) Though even after we met I resisted this unlikely salvation for a while (…) and the next day I continued blithely on my travels.” 

Toch keert hij weer terug naar haar: 

“after a two-day visit to Santa Monica, where Carrie lived, it was all over for the Ghost Rider. (…) I committed myself to building a new life with Carrie (…) and once again I wanted to live forever.”

Peart ging weer de studio in met Rush en nam het album Vapor Trails op. Dit album begint met enkele uitbundige en indrukwekkende maten van zijn drumstel, alsof hij met de band wil zeggen: ‘I’m back!”

 

Het verdriet en de levensmoeheid zoals Neil Peart heeft moeten ondergaan, ken ik niet en hoop ik ook nooit te kennen. Zijn wil om te overleven dwong hem op de motor te stappen en ruim 88.000 kilometers te rijden. Ogenschijnlijk zinloze kilometers, maar schijn bedriegt. De tijd die hij ermee kwijt was, is hij daardoor zo pijnloos als mogelijk doorgekomen, zodat het zijn helende werk uiteindelijk kon doen.

 

Ik ben diep onder de indruk van het schrijverschap van deze drummer. Hij schetst in soms poëtische en dan weer alledaagse taal een haarscherp portret van zichzelf gedurende deze periode van loutering. Daarbij is hij eerlijk en getuigt hij van ‘profound wisdom’. 

 

Zoals gezegd: een onvervalste parel.

 

Gelezen: maart 2015

 

Boeken algemeen