Phillips, Graham - Wisdomkeepers of Stonehenge

Mijn fascinatie voor prehistorische stenencirkels dateert al vanaf mijn jeugd. In 1985 of '86 ging ik voor mijn studie Engels enkele weken naar Zuid-Wales om daar colleges te volgen. Tijdens een van de weinige vrije dagen stapte ik om 7 uur ’s ochtends op de bus – het meest geschikte OV daar en toen – voor een vijf uur durende tocht naar Stonehenge. In die tijd konden toeristen nog vrij tussen de indrukwekkende stenen doorlopen en ik heb daar iedere minuut ten volle benut, tot ik de allerlaatste bus terug naar Carleon moest nemen. 

 

Momenteel werk ik aan een roman waarin de stenencirkels van weleer een belangrijke rol spelen. Ik las al de nodige boeken, maar het boek van Graham Phillips geeft in eenvoudige taal en goed te volgen argumentatie een uitstekend en behulpzaam overzicht van de geschiedenis van de stenencirkels. Vanaf de ring van Stenness, de waarschijnlijk allereerst gebouwde stenencirkel rond 3100/3200 v.Chr., tot aan de Bridestones in midden Engeland, die waarschijnlijk tot in de vijfde/zesde eeuw na Chr. als laatste cirkel actief in gebruik was. Een prachtig overzicht dat de kracht van deze bijzondere monumenten benadrukt. Het is nauwelijks te bevatten dat ze vanaf het allereerste begin bijna vier millennia lang in gebruik zijn geweest. 

 

Vanaf de eerste eenvoudige cirkels werden er in latere periodes stenen bijgezet, in de vorm van een avenue of een satelietcirkel. En in de tussentijd kwamen diverse andere culturen terecht op de British Isles, zoals de Beaker People, de Wessex Culture, de Urnfield Culture en de Hallstatt Culture, alle met hun eigen leefwijze en mythologieën. En toch bleven de stenencirkels in gebruik.

 

Phillips legt uitstekend uit hoe de genezers uit deze prehistorische culturen de voorgangers waren van de latere druïden. Het is aannemelijk dat deze druïden – van wie we iets te weten zijn gekomen dankzij de geschriften van de Romeinen en van de eerste Christenen – inderdaad afstammen van de oorspronkelijke bouwers van de stenencirkels. De theorie dat zij extreem bekwaam waren in het werken met planten en kruiden als geneeskrachtige middelen, is eveneens zonder meer plausibel. Grafvondsten van kruiden die bij verkeerd gebruik zonder meer dodelijk kunnen zijn, pleiten hiervoor. Ook twijfel ik niet aan de bijzondere status die deze genezers – die overigens nog veel meer bijzondere taken vervulden – hadden binnen hun gemeenschap. Maar de sprong die Phillips dan maakt, is mij iets te groot.

 

Hij betoogt dat sommige planten, bloemen en kruiden op exacte specifieke tijden in het jaar of zelfs een etmaal geplukt moesten worden. Alleen dan zouden ze de beoogde werking hebben. Daar heb ik geen verstand van, dus dat zal ongetwijfeld waar zijn. Maar vervolgens meent hij dat in het bepalen van de exact juiste pluktijd de stenencirkels werden gebruikt. En dat dat ook de reden van hun oprichting is. De onwrikbare stenencirkels in combinatie met het sterrenfirmament vormden volgens Phillips een extreem precies meetinstrument waarmee de toenmalige druïden hun plukmomenten konden bepalen. Eigenlijk spreekt Phillips zichzelf tegen bij het ontvouwen van deze theorie – waarbij hij overigens ook zelf de nodige slagen om de arm houdt.

 

Reeds op p.7 beschrijft hij de rol van astronomisch observatiecentrum die stenencirkels zouden hebben vervuld. Maar, vraagt hij zich terecht af, 

“why make Stonehenge so big and elaborate, requiring so much effort and drain on precious resources? Although some form of ancient astronomical thinking certainly seems to have been involved in the construction of Stonehenge, there has to have been far more to its purpose than simply to act as a giant calendar. After all, you could do the same thing by simply using wooden poles.”

 

Kennelijk is hij deze stellige woorden op p.212 alweer vergeten, want daar zegt hij eigenlijk het tegenovergestelde:

“(…) a panoramic view of the sky, which would plausibly explain why the circles were erected there: so that the firmament could be best observed. (…) a very exact calendar that would not again be available until the invention of the mechanical clock.”

 

Een ander puntje van kritiek is dat de auteur wel erg veel pagina’s gebruikt om talloze stenencirkels, die niet of nauwelijks een rol spelen in zijn verhaal, te beschrijven. Dat doet hij niet eens uitvoerig, maar het is desondanks geestdodend saai. Ik ben de eerste om te zeggen dat iedere stenencirkel ertoe doet en belangrijk is. Maar niet als een opsomming die weinig toevoegt aan het verhaal dat ik lees.

 

Toch, een zeer welkom boek waar ik absoluut mijn voordeel mee ga doen. De rol die ik – zonder enige wetenschappelijke onderbouwing of kennis van zaken – in mijn roman zal toekennen aan de stenencirkels is van een geheel andere orde. Het zal veel meer een spirituele achtergrond krijgen, dan de kille meetfunctie die Phillips aan deze machtige megalithische monumenten toekent. En sowieso, ieder boek dat de stenencirkels – waarvan Stonehenge nu eenmaal de meest indrukwekkende is – eerbiedig behandelt, is mij welkom. 

 

Gelezen: november 2021