Veen, Herman van - Voor ik het vergeet

Voordat ik aan mijn leeservaring van dit boek van Herman van Veen begin, eerst een korte terugblik.

 

Ik zit als vijftienjarige naast mijn eerste echte vriendinnetje in de woonkamer van haar ouderlijk huis. Dat moet 1979 zijn geweest. De ouders zitten in de voorkamer en lezen ogenschijnlijk vredig, terwijl voor hen de open haard knettert. Verscholen achter iets dat het midden houdt tussen een boekenkast en snuisterijenkabinet proberen mijn vriendin en ik zo ongemerkt mogelijk te vozen. De muziek die klinkt, een van haar lievelingsplaten, begint langzaam vat op mij te krijgen. Weemoedig, absurd, vrolijk en teder.

 

Zo klonk Herman van Veen toen op Voor een verre prinses en hoewel in alles veel bedaarder klinkt hij anno 2010 nog steeds zo. Ik ben hem altijd blijven volgen en bewonderen. Ik ken zijn oeuvre erg goed en hoewel zijn CD’s (de LP’s staan op zolder en zijn overgezet) minder vaak in de speler liggen, hou ik er nog altijd onverminderd veel van.

 

En dan ineens een autobiografie, het eerste deel, zoals hij zelf aankondigt. Zoals te verwachten bij Van Veen hanteert hij niet de doorsnee methode van het schrijven van een autobiografie. Het is associatief, enigszins chronologisch maar toch ook weer niet, authentiek, humoristisch, teder en weemoedig. Het is: Herman van Veen.

 

Hoe de dingen in zijn leven precies tot stand zijn gekomen, wordt niet overal even duidelijk beschreven. Sterker nog, veel vrienden, gebeurtenissen of wapenfeiten zijn er ineens. Ook heeft de lezer vaak geen idee in welke tijd hij zich bevindt. Veel verwijzingen in de tijd zijn diffuus: ‘vorige week’, ‘vlak voor Kerstmis’, ‘Het is augustus’, zonder dat er een jaartal bij wordt gegeven. Maar nergens is dit hinderlijk of krijg je als lezer het gevoel dat je iets mist. Je aanvaardt wat je wordt verteld dankbaar, ik althans wel.

 

De verhalen over zijn jeugd in het Utrechtse arbeidersmilieu zijn mooi en ontwapenend. Het verbaast niet dat Van Veen zijn afkomst nimmer heeft verloochend. Hij heeft wat dat betreft nooit een ‘angry young man’ hoeven zijn. Hij draagt ‘het volk’ en zijn beide ouders een warm hart toe.

 

De tweede helft van het boek, dat voornamelijk over zijn volwassen leven handelt, is maatschappijkritisch en volhardend in het aankaarten van de misstanden in de wereld, zeker ten aanzien van kinderen. Van Veens engagement is oprecht. 

In een dictatuur is de waarheid de leugen van de vijand.(p.176)

 

Hij gaat hier en daar in op de constatering dat hij ‘naïef’ zou zijn in zijn volharding te streven naar een betere wereld. Mijn inziens is het een compliment om voor naïef te worden uitgemaakt. Je bent dan in ieder geval iemand die zich niet door massameningen laat ontmoedigen. Kennelijk voelt Van Veen zich niet senang met dit stempel, want hij ontkent stellig. Als voorbeeld van de goede dingen die ook gebeuren in de wereld, beschrijft hij uitvoerig de val van de Muur en zijn getuigenis daarvan, of de vrijlating van Mandela en de uiteindelijk val van het Apartheidsregime in Zuid-Afrika. Over zijn eerste bezoek aan de DDR van toen schrijft hij bijvoorbeeld dat een journalist hem vraagt waarom hij naar de DDR is gekomen.

Om een steen uit de muur te zingen. (p.209)

 

Ondanks zijn herhaalde beklag dat er in de wereld in absolute zin weinig verbetert, helaas eerder verslechtert, zegt een stem diep in Herman van Veen: “het moet toch anders, het moet toch anders kunnen!” (p.231) Hij beschrijft vele roemenswaardige initiatieven waar hij bij is betrokken of heeft geïnitieerd. Waren er maar meer mensen als hij.

 

Als politiek niet in staat is echte verandering teweeg te brengen, dan gaat de bakker met de deegrollen de straat op, de metselaar met zijn troffel, de zanger met zijn lied. (p.243)

Dat zal hij zeker blijven doen.

 

Van Veen deinst er niet voor terug uitvoerig te citeren uit lovende kritieken. Die lof komt hem toe, daar twijfel ik geen moment aan. Van Veen toont zich ook dankbaar voor deze bewieroking van zijn prestaties als artiest. Maar in dit uitbundig citeren schemert ook zijn ijdelheid door. 

 

Neem bijvoorbeeld de beschrijving van het eerste avontuur op het vermaarde Broadway in New York. Volgens Van Veen reageerde de pers ‘verdeeld’. Hij citeert daarop enkele lovende zinnen en beschrijft hoe zijn vriendin Shirley McLain zegt dat hij het zichzelf te moeilijk maakt. “Hij doet te veel, hij moet minder doen.” (p.202) Hij zelf vond het geweldig om daar te staan.

De voorstelling werd met de dag beter. (...) In de weekends bijna uitverkocht. Zouden we verder spelen? (p.204)

Daarvoor, zo beschrijft Van Veen, zou nog veel geld in advertenties, zaalhuur en promotie moeten worden gestopt.

We wilden wel maar hadden domweg het geld niet. We zouden gaan sparen en terugkomen.

 

Het toeval wil dat ik in december 1982 ook in New York vertoefde. In de zomer van 1982 had ik mijn eigen korte carrière als artiest beleefd, door als zanger/danser op te treden in een musical. Dancing with Kings was een Amerikaanse productie die door Amerikanen en Nederlanders in Nederland werd opgevoerd. Het haalde zelfs de televisie destijds.

Die winter ging ik naar New York om mijn vrienden van de musical te bezoeken. De meesten van hen waren Broadway wannabees en goed thuis in de mores van die keiharde acteurswereld. Tijdens een van de eerste dagen van mijn verblijf in de grote appel zag ik tot mijn grote verrassing dat mijn held Herman van Veen daar zou optreden.

Direct kocht ik kaartjes voor over een paar weken en maakte foto’s van The Ambassador, het theater waar hij zou optreden, met de indrukwekkende letters HERMAN VAN VEEN op de gevel. Ik zocht recensies van zijn optreden en vond er twee, die mij erg boos maakten. Ze lieten geen spaander heel van de man van wiens kunst ik zo was gaan houden. Mijn vriend bij wie ik logeerde, schudde zijn hoofd bij het zien van die krantenberichten. “Let’s hope they don’t cancel the show. They can do that, you know. Write you out.”

Maar de hoop bleek vergeefs. Op de avond dat mijn droom (Hurmen ven Vien on Broadway) werkelijkheid zou worden, werden we bij de ingang tegengehouden door een ongeïnteresseerde suppoost. “The show is cancelled! You can get a refund at the cashier desk over there.” Een iets andere werkelijkheid dan hoe de meester het zelf beschrijft. Maar goed, onze kijkhoek verschilt ook enigszins. Iedereen is ijdel en zoals uit zijn prachtige boek blijkt, is ook Van Veen niets menselijks vreemd.

 

Het boek is een heerlijk document en staat vol met vermakelijke anekdotes. Sommige stukken zijn hilarisch, andere zijn schitterend vanwege het typisch Herman-van-Veense poëtische proza. In het stuk over Zuid-Afrika staat bijvoorbeeld deze passage: 

Cape Point Zuid-Afrika. Punt van steen achter Gods magistrale slotzin. (...) De zon perste zich door het wolkendek. Een regenboog ontstond. (...) In de stenen van de muur die mij weerhielden met de vogels over het water weg te scheren, stonden de namen van de honderdduizenden gekrast die voor ons op de appendix van Afrika stonden. (p.259)

 

Dit eerste deel van deze bijzondere autobiografie loopt van 1945 tot 2005. Laten we hopen dat deel twee nog heel erg lang op zich laat wachten...

 

Gelezen: maart 2010